| Het Arctische systeem hangt van
balancerende tipping-points aan elkaar. Hier nog weer eentje
uitgelicht omdat NASA en het NSIDC nieuwe satellietmetingen
hebben van de snelle afname van dik, meerjarig zee-ijs.
Groenlandse gletsjers stromen door de vorming van diepe
smeltwatertunnels sneller naar zee. De wereldwijde opwarming
verloopt ter hoogte van de Noordpool tot 6 keer sneller dan rond
de evenaar als gevolg van het albedo-effect. Methaan uit de
ontdooiende toendra kan het broeikaseffect nog aanzienlijk
versterken. Klimaatverandering lijkt de Arctische Oscillatie te
versterken en de Noord-Atlantische Oscillatie in positieve
toestand te houden, met een toename van stormen en aanvoer van
warme Atlantische lucht boven de noordelijke IJszee. Zelfs
verwachte veranderingen in de Golfstroom zorgen voor versnelling
van de smelt van de Noordpool, omdat het oceaanwater later zinkt
en dus tot een hogere breedtegraad Atlantische warmte aanvoert.
Maar zelfs dan zijn niet alle positieve terugkoppelingen in het
Arctische systeem benoemd. NASA denkt dat het gebied al in
september 2013 volledig ijsvrij kan zijn, onder andere vanwege
het snel dunner worden van het nog resterende ijsoppervlak.
Onder het zee-ijs van de Noordpool lopen twee belangrijke
oppervlakkige waterstromen, de Beaufort Gyre, een trage
draaikolk die langs de noordkust van Canada, Alaska en Oostelijk
Siberië met de klok mee draait (één rondje duurt ongeveer 4
jaar), en de Transpolar Drift, een waterbeweging die vanaf
Siberië de geografische Noordpool oversteekt en langs de
oostkust van Groenland de Atlantische Oceaan instroomt.
Deze waterbewegingen zorgen ervoor dat het zee-ijs rond de
Noordpool permanent in beweging is en uiteindelijk wordt
losgebroken uit het Arctische systeem, in warmer water komt, en
smelt. Met uitzondering van enkele dikke platen zee-ijs die
liggen vastgeklemd tussen Groenland en Canada, en duizenden
jaren oud zijn, is het Arctische ijs daarom nooit ouder dan een
jaar of 10. Herstel, zo was het – toen alles nog was zoals het
hoorde.
Want de snelheid waarmee het ijs beweegt is eveneens sterk
afhankelijk van de dikte en die is sinds satellietmetingen
begonnen aan het einde van de jaren ’70 ongeveer evenredig
afgenomen met het ijsoppervlak. Het creëert nóg een positieve
terugkoppeling, die het einde van het Arctische ecosysteem
versneld in zicht brengt: dunner ijs breekt makkelijker en
stroomt sneller naar warmer water; hierdoor blijft in het gebied
steeds minder dik, meerjarig ijs over.
Inmiddels bestaat 70 procent van de winterse ijsbedekking op de
Noordpool uit zogeheten seizoensijs, dat minder dan een jaar oud
is, dun, gevoelig voor stormen en stromingen en een grote kans
loopt in de zomer weer volledig weg te smelten. In de jaren ’80
was dat nog maar 40 procent en ook in de jaren ’90 bestond de
helft nog uit dikker, meerjarig ijs.
Nieuwe satellietgegevens laten zien dat momenteel nog slechts 10
procent van de noordelijke ijskap uit ijs bestaat dat tenminste
twee zomers heeft overleefd. Nog maar twee jaar geleden was dat
20 procent en smelt in dezomer weg. Nu het dikke, stabiele ijs –
dat een warme zomer kan doorstaan – snel plek prijsgeeft, krijgt
het albedo-effect vrij spel: ‘Het dikkere ijs is het
belangrijkste voor het klimaatsysteem, omdat het in de zomer
blijft liggen en dan het zonlicht reflecteert’, zegt Thomas
Wagner, de meest gerenommeerde ijsdeskundige van de NASA.
Besneeuwd zee-ijs weerkaatst ongeveer 90 procent van de
inkomende zonne-energie direct naar de kosmos, zodat het niet in
infraroodstraling, warmte, wordt omgezet. Open zeewater
daarentegen is donker, het reflecteert slechts 10 procent van de
energie en zet de rest om in warmte.
Voor dit albedo-effect is winterijs echter niet relevant. Rond
de Noordpool is het ’s winters 24 uur nacht, terwijl de zon in
zomer juist permanent schijnt.
‘Omdat het ijs zoveel dunner is geworden hebben we aan het einde
van de winter een fragiele ijskap die, als we de zomer ingaan,
kwetsbaar is voor warmere temperaturen en veel sneller geneigd
is volledig te smelten en de open, donkere oceaan bloot te
stellen aan de inkomende zonnestraling’, zegt Walter Meier van
het National Snow and Ice Data Centre (NSIDC).
Als de dikte en het oppervlak van het Noordpoolijs met elkaar
worden vermenigvuldigd, bleek vorig jaar, 2008, het absolute
smeltrecord tot nog toe te hebben gebracht. Zelfs tijdens een
koeler La Niña-jaar gaat het proces dus gewoon door. En dan te
bedenken dat dit alles niet wordt veroorzaakt door onze huidige
uitstoot, maar door onze totale uitstoot tot het einde van de
jaren ’70 - door vertragingen in het klimaatsysteem. In de
dertig jaar daarna heeft de wereld echter méér CO2 uitgestoten
dan in de gehele periode vanaf de industriële revolutie tot
1979. Dat is allemaal klimaatverandering die nog in de pijplijn
zit.
Daarmee is een gemiddelde temperatuurstijging van 1,5 graden
inmiddels onvermijdelijk, zelfs als we vandaag de mondiale
uitstoot met 100 procent reduceren. De vertragingen in het
klimaatsysteem (onder andere opname van warmte en CO2 door
oceanen) werken echter tegelijk ook in ons voordeel. Ze maken
het mogelijk het ambitieuze doel voor het internationale
klimaatverdrag, stabilisatie van de atmosferische
CO2-concentratie onder 450 ppm en beperking van de opwarming tot
2 graden, mogelijk te maken, zelfs als geïndustrialiseerde
landen in Kopenhagen emissiedoelen van 'slechts 40 procent'
aanvaarden.
De 450 ppm CO2-equivalenten zal dan alsnog, zelfs binnen 5 jaar,
worden overschreden. Maar als we daarna heel hard doorgaan met
verdere emissiereducties (90 procent voor geïndustrialiseerde
landen in 2050) kan het lukken ook weer onder die grens te komen
- vóór de temperatuur zich aan de nieuwe broeikasconcentratie
heeft aangepast. En dat is onze enige hoop, met talloze andere
positieve terugkoppelingen, ook buiten het Arctische systeem,
hijgend in onze nek.

Inmiddels is 70 procent van het ijs zo dun dat het niet
bestand is tegen een gemiddeld warme zomer. Eén bovengemiddeld
warme zomer en het vorige smeltrecord zal weer worden verbroken,
zo lijkt het.
Bron: hier.nu |